Deel van het geheel

Deel van het geheel

We zien onszelf graag als een losstaand wezen in een wereld om ons heen. Een wereld waar ik in en uit het paradijs ga, waar het soms goed, soms minder goed met me gaat. 

Maar wat als ik niet los sta van het leven, maar er een onlosmakelijk deel van ben? Waar een boom er niet alleen is om voor mij te zorgen, maar ik er met zoveel ben om voor die boom te zorgen. Waar ik deel van een groter geheel ben, een onlosmakelijk deel, maar misschien niet zo losstaand of uniek als ik mezelf wil wijsmaken. 

En wat, o jee, wat als ik geloof in een schepping, iets wat dit alles heeft geschapen, of nog steeds aan het scheppen is? Wat als ik zelfs daar een onlosmakelijk deel van ben. Wat als ik deel van zowel de creatie als de creator ben? Niet als een opgeblazen ego, dat zichzelf als God ziet, maar als deel van het geheel, dat in eerbied buigt voor het leven en de daarbij horende verantwoordelijkheid draagt. 

Wat als ik mezelf zo durf te zien, een onmisbare zucht wind, een onmisbare regendruppel, een onmisbaar ik. Dan verdwijnt zachtjes mijn verlangen om te bezitten. Haast als vanzelf verdwijnt de noodzaak mijn wil aan het leven op te leggen. Dan ben ik niet langer deel van het geheel, maar ben ik alles. Dan ben ik, elk moment opnieuw.