Helemaal leven, waarom leef ik maar voor de helft?

We zijn wonderlijk wezens, de enige soort op deze planeet die zichzelf pas goed genoeg vindt als de helft van onszelf niet meer bestaat! Hoe kan ik helemaal leven?

We willen geluk, verbinding, liefde, maar alle andere gevoelens en emoties zoals boosheid, twijfels en verdriet moeten weg. Als ik somber ben is er iets mis met mij, moet ik gerepareerd worden. Toch zit onze werkelijke verbinding met onszelf, elkaar en het totale leven lang niet alleen in onze successen, ons geluk, maar juist daar waar het leven soms lastig of complex is.

Helemaal leven, inclusief alles

Wat als mens zijn, echt heel zijn, niet het overwinnen van dat wat ‘niet goed’ aan onszelf is, maar juist het omarmen van alles wat ons mens maakt. Wat als mijn tranen net zoveel deel van mijn rijkdom zijn als mijn grootste lach?

Lees over coaching sessies, kijk in de agenda of neem contact op.

Liever word ik omarmt dan afgewezen, ben ik blij dan verdrietig. Liever ben ik gelukkig dan depressief. En toch is dat wonderlijk.

Het is wonderlijk dat we ons halve zelf afwijzen. We volgen cursussen, lezen boeken, we gaan op zoek om dat te bereiken, en de andere helft van mens zijn moet weg, verstoppen we, willen we niets van weten!

Hoe krijgen we dat toch voor elkaar, dat we tegen de helft van onszelf zeggen, dit is niet goed genoeg, ik ben niet goed genoeg. We klagen als anderen ons afwijzen, maar wijzen doorlopend onszelf af door te zeggen dat boosheid er niet mag zijn, maar verliefdheid wel. Rijkdom mag er zijn, maar geen armoede. Samen mag er zijn, maar geen eenzaamheid.

Helemaal leven, niet maar voor de helft?

Terwijl overal, als je om ons heen kijkt in de natuur, in het totale leven, zie je dat het een steeds het andere afwisselt. Winter wisselt zomer af, wisselt winter af, wisselt zomer af, dag en nacht wisselen elkaar af. Geboorte en dood en alleen wij mensen zeggen nee nee dat is niet hoe het hoort er is wat mis.

Maar misschien is er wel niets mis met wat dan ook, en komt het echte lijden dat we meemaken, vooral door ons gevecht tegen dat wat nu is. Want steeds weer als ik stop met rennen, steeds weer als ik gewoon hier blijf, dan blijkt dat alles van ik zo graag van af wilde, mijn kwetsbaarheid, mijn niet weten, mijn verdriet, mijn pijn, dat die eigenlijk helemaal niet zo zwaar zijn, niet zo ondragelijk zijn.

Sterker nog, misschien is dat wel, waar we werkelijk verbonden zijn, mijn verdriet verbindt mij veel meer met de mensen om me heen dan mijn overwinningen. Het is leuk dat iets goed gaat, en dat vieren we, dat is leuk, ik hou van een feestje. Maar de echte rijkdom in de verbinding van mens tot mens, van mij tot het leven zit soms daar waar het zo ongemakkelijk voelt, waar ik het niet weet, waar ik geen flauw idee heb, ga ik rechtdoor, linksaf, achteruit of naar rechts, misschien vlieg ik zelfs wel.

Toch wijzen we die helft af, doorlopend. Ego mag er niet zijn, zonder ego is verlichting. Wonderlijke wezens zijn wij. De enige wezens op aarde die de helft van het leven wegduwt, weg stopt, die zegt: ‘ik ben alleen maar goed genoeg, als de helft van mij niet meer bestaat’!

Wat als je nu al goed genoeg bent, dat alles wat je bent, je twijfels, je verdriet, je pijn, je geluk, je vrolijkheid, wat als dat alles samen jouw heelheid is, jouw heel maakt.

Niet morgen, niet overmorgen, maar nu, precies nu, wie en waar je bent, steeds weer. Helemaal leven, zonder uitzondering.