Met gesloten ogen

Je stem breekt,
handen trillen,
en ik besef
dat ik je nog nooit zo krachtig zag.

Woorden stotteren,
zinnen hangen niet langer samen,
eindelijk begrijp ik wat je zegt.

Zonder lachende foto,
of gepolijste voorkant,
schijnt licht uit elke scheur.

Er zijn geen klanken meer,
alleen onze adem,
en met gesloten ogen,
kijken we elkaar voor het eerst werkelijk aan.






In zekere zin schrijf ik mijn gedichten met gesloten ogen.
Wat ik daarmee bedoel is dat ik niet ga denken nu ga ik mooi gedicht schrijven, maar ik stap een beetje aan de kant en laat stromen wat stroomt.

Dan komen er woorden die misschien vanuit onze ratio niet altijd helemaal helder zijn, maar die voor hart compleet vanzelfsprekend. Want mijn hersens zeggen ‘hoe kan ik een ander met gesloten ogen aankijken?’, maar mijn hart weet precies wat dat is.

Dat ik echt bij een ander ben, dat ik niet alleen kijk, niet alleen luister, maar ik ben bij jou. En dat is een heel andere manier van bij een ander, en vooral bij mezelf zijn, dan ‘ik heb deze kwaliteiten’, ‘ik kan dit goed’ of ‘ik geef je interessante informatie’ en jij knikt, luistert of geeft interessante informatie terug.

Dat is ook heerlijk, dat hartstikke leuk, en soms is het zo wonderlijk om met gesloten ogen, met open armen, bij elkaar te zijn, in stilte. In die stilte wordt zoveel gesproken, gebeurt zoveel, in onze uitwisseling. Daar kunnen geen duizend woorden tegenop.