Niets hoeft beschermd

Niets staat mij te doen, niets hoeft beschermd,
geen afgebrande stenen, noch een uitgebluste ziel.
Hoezeer mijn hart ook huilt, werkelijk niets staat mij te doen.

Er is alleen het leven zelf, dat mij keer op keer uitnodigt te vertrouwen,
te vertrouwen dat niets stuk is, zelfs als dat keer op keer zo lijkt,
dat dit het pad is dat moest gelopen, anders was er een ander spoor.

Ik luister als jij spreekt, voed je als je honger hebt,
omarm je, met alles wat ik ben,
zonder ook maar iets te repareren, aan dat wat nooit gebroken was.