Onvoorwaardelijke acceptatie

Het klinkt voor de hand liggend, maar onvoorwaardelijke acceptatie is precies dat, onvoorwaardelijk. Durf ik dat werkelijk, mezelf onvoorwaardelijk te accepteren? Onvoorwaardelijk van al mijn ‘kinderen’ houden, wat mijn denken er ook van vind. Net zoveel van mijn twijfels als mijn zekerheden, net zoveel van mijn boosheid als liefde?

Durf ik die relatie met mezelf te hebben, en met de mensen om me heen. Het maakt niet uit welke vorm het heeft, van mens tot mens, van leraar tot leerling, van vriend tot vriend, of partner tot partner. Ons hoofd, ons denken, wil benoemen, het in een hokje laten passen (en dan boos zijn omdat we niet in dat zelfbedachte hokje geplaatst willen worden). 

We hebben geleerd hoe we ons horen te gedragen. Als we lief waren kregen we de aandacht die we zochten, als we stout waren op ons kop. Het verwarrende is dat ‘lief’ voor iedereen anders is. De leraar op school had daar een ander idee over dan mijn ouder, en ons eerste vriendje of vriendinnetje beleefde dat weer een heel anders. Het is dus niet vreemd dat het moeilijk is onszelf onvoorwaardelijk te accepteren. We hebben het nooit geleerd en gezien om ons heeft.

Toch is ons hart niet bezig met onderscheid maken, met kiezen tussen het een of het ander. Ons hart heeft onvoorwaardelijk lief, werkelijk onvoorwaardelijk. De uitdaging is daar opnieuw op leren te vertrouwen, stap voor stap te ervaren hoe ongelooflijk krachtig jij en ik werkelijk zijn.

Durf ik werkelijk onvoorwaardelijk met mezelf te zijn, mezelf onvoorwaardelijk te accepteren?