We rijden langs Stonehenge. De machtige kolossen kijken uit over het landschap en ik realiseer me hoe ik me vaak klein heb gemaakt in mijn leven. Soms om een ander niet tot last te willen zijn, soms uit een soort moralistisch idee dat onzichtbaar hard werken beter is dan vol trots mezelf laten zien.

Ik knip een foto, zie hoe mensen om deze wonderlijke stenen lopen. De rotsen zijn. Niet goed of fout, zelfs niet spiritueel of werelds, ze zijn ‘gewoon’. Ze verontschuldigen zich niet voor hun schaduw of de ruimte die ze innemen. Ze maken zich niet kleiner, of groter, ze staan, kijkend vanuit eeuwigheid naar het leven dat met hun en om hun heen beweegt.

Ik ben hier maar even. Voor ik het weet breekt mijn laatste dag aan. Herinner ik dan mijn fatsoen, of de momenten waarop ik helemaal leefde? Mijn lichaam dat verdwijnt in een ander, mijn stem die luid een ‘fout’ lied in de douche zingt, teveel dronk met vrienden, hoe ik met vallen en opstaan vader leerde zijn, hoe ik de woorden van mijn hart met de wereld deel. Ik kan niet in het licht staan zonder een schaduw te werpen.

Hoe maak jij jezelf kleiner dan je bent? Hoe raak jij de hemel, hoe proef jij het leven? Wat doet je dansen, wat laat je tranen rollen?