Zelfs als ik alles bereik waar ik van droom, is het niet genoeg.
Er is altijd een nieuwe droom, een nieuw doel.
Hoe ontdek ik de rijkdom waar ik nu al ben, de stilte voor elke beweging?


De aarde draait, en ik ben onderweg. Ik ren, onderweg naar…

Ja, naar wat eigenlijk? Onderweg naar mijn ware zelf, naar meer vrijheid. Onderweg naar er helemaal mogen zijn, onderweg naar innerlijke stilte. Want dan, dan, ja wat dan?

Stel dat ik alles bereik waar ik ooit van droomde. Ik woon in een prachtig huis,
heb mijn droom relatie, droomvrienden, het salaris waar ik van droomde. Misschien ben ik zelfs wel verlicht! Wat dan? Is het ooit genoeg?

Mijn hoofd maakt altijd een nieuw ‘dan’, er is altijd ‘en dan’. Het zal nooit genoeg zijn. Het zal nooit genoeg zijn, want ik ren en ik ren en ik ren, en ik krijg bijna geen lucht. Totdat ik stop!

En eindelijk adem ik. Dan besef ik dat ik niet zozeer adem, maar dat ik de adem ben. Ik besef dat ik nooit vrij kan worden, omdat ik het altijd al was. Ik besef dat ik geen stilte kan vinden, omdat het is wat ik ben.

Voordat ik spreek, voordat ik denk, voordat die stem in mijn hoofd vertelt dat ik niet goed genoeg ben, of beter mijn best moet doen. Voordat ik ‘niet in het nu ben’, voor dat alles ‘ben ik’, was ik al lang.
Voor dat alles is er stilte, en die stilte is wat ik ben. Voordat ik mijn naam uitspreek of zelfs mijn naam kan bedenken, voordat mijn hart een slag slaat, voordat mijn longen zich vullen met lucht. Voor dat alles ben ik, net zoals jij, nu.

Niet dadelijk, Niet een kort moment. Ik kan het wel vergeten, natuurlijk, als ik er ren, ben ik het even vergeten, maar daarmee is het niet weg. Ik kan het hooguit even niet weten. En toch is er stilte…

Toch ben ik rust, nu, het volgende nu, en het nu dat daarna komt. Sterker nog, dat wat ik ben weet helemaal niet wat nu is of dadelijk, of gisteren. Mijn hoofd, mijn denken, kent dat heel goed, steeds een nieuw verhaal. Nog dit, of omdat dat, omdat hij of omdat zij. Omdat ik verlaten ben, omdat ik juist niet alleen ben, omdat ik geen tijd heb, omdat ik genoeg geld heb, of te weinig geld.

Zo droom ik mezelf niet goed genoeg, zo droom ik mezelf incompleet. Maar omdat ik dat droom betekent het niet dat het zo is. Want al die tijd ben ik compleet, ben ik heel.

Ik kan even boos spelen, ik kan even twijfelen, ik kan even verliefd zijn, of verlaten zijn. En toch, al die tijd ben ik, al die tijd ben jij, heel, compleet, adembenemend mooi!

En misschien denk je dat dat niet zo is, maar moet je werkelijk alles geloven wat je denkt? En steeds weer ben je, steeds weer ben ik. keer keer opnieuw.